|
De schepen waren min of meer geheel gelast. Enkele ongelukken na het breken van meerdere schepen noopten tot het aanpassen van enkele constructies. Vooral aan de berghoutsgang en de luikhoofden werden de nodige verbeteringen aangebracht. De ongelukken hadden plaatsgevonden bij extreme koude. Niet alleen de constructie, maar ook het broos worden van het staal had grote invloed op het optreden van defecten. Gedurende de bouw werd een 200-tal schepen op basis van het "Lend-Leaseprogramma" overgedragen aan de Britten en een 50-tal schepen aan de Sovjet Unie. Er werd ook een aantal schepen voor een speciaal doel gebouwd. Op basis van het Liberty schip werden troepentransportschepen, een aantal drijvende werkplaatsen ,hospitaalschepen, tankers [T2], 24 stuks bulkcarriers,24 stuks vliegtuigtransportschepen en 8 stuks tanktransportschepen opgeleverd. Toen na de oorlog grote aantallen schepen overcompleet waren, werden een aanzienlijk aantal Liberty's gebruikt om allerlei testen uit te voeren ,zo werden van 4 Liberty's de stoommachine vervangen door respectievelijk een stoomturbine, een diesel, een gasturbine en een gasgenerator. Bij wijze van proef werden er ook Liberty's uitgerust met een verstelbare schroef. Een schip werd zelfs uitgerust met 4 vliegtuigmotoren (totaal 24.000 pk). Ze werden geplaatst op dekverstevigingen en gaven het schip een snelheid van 8 knopen. Weer andere schepen werden verbouwd tot drijvende kerncentrale, gastanker en ook als containerschip.
Andere schepen waren een slechter lot beschoren. Een aantal werd tijdens de landingen in Normandië afgezonken als golfbreker bij Omaha-beach en een aantal werd na de oorlog als doelschip door Marine en Luchtmacht aan flarden geschoten. Een beter lot hadden de schepen die na de oorlog werden verkocht aan verschillende regeringen om hun gereduceerde handelsvloten weer op te bouwen.
Een ander groot deel van de Libertyvloot werd opgelegd als 'mottenballenvloot' en vormde tot in de jaren tachtig een bekend beeld voor veel zeevarenden. Op een 8-tal plaatsen, bij NewYork,Newport-News, Mobile, Wilmington, San Francisco Beamont, Astoria en in Pudged Sound, warengrote aantallen Liberty's opgelegd, om daarna onder de snijbranders van de slopers te eindigen.
De Nederlandse regering heeft, gedurende en na de oorlog, ook een aantal Liberty schepen aangekocht. Behalve het SS Blijdendijk, die als Fort Orange in bare boat-charter van de H. A.L. gevaren heeft, zijn ze pas na de oorlog in dienst gekomen van de Nederlandse koopvaardij. Ongeveer 30 van deze schepen hebben onder Nederlandse vlag gevaren, 10 stuks bij de V.N. S, 5 stuks bij Rederij Amsterdam en enkele bij de Rotterdamse Loyd, van Nievelt-Goudriaan, Vinke, van Ommeren en de Holland Amerika Lijn .Hoewel de schepen met de nodige scepsis werden bekeken (goedkoop en langzaam), hebben de meeste schepen tot hun "Groot Survey" (ISjaar) dienst gedaan bij de koopvaardij.
DE TECHNISCHE UITVOERING.
Het basistype van het Libertyschip heeft 2 dekken; het hoofddek,uitgevoerd als shelterdek, en een tussendek. Zeven waterdichte schotten doorlopend tot het hoofddek verdelen het schip in voor- en achterpiek, vijf ruimen en de machinekamer. De romp heeft dwarsspanten en is geheel gelast. De voorsteven bestaat uit een dikke gebogen plaat en de achtersteven is opgebouwd uit een drietal gietstukken. Het balansroer is met de roerkoning gelagerd in een pokhouten bus.
|